Een ontmoeting in Lahore
- 3 jul
- 4 minuten om te lezen

Eens liep ik door de hete straten van Lahore. De stad was ooit een pronkstuk van de Britse Raj, met een imago van glamour en stijl, waar jazzmuziek klonk over de groene gazons van de clubs. In de avond zaten daar de Britse sahibs en dronken gin. De memsahibs dronken thee en roddelden over wie er niet was. Buiten hing volgens de overlevering een bordje: 'Dogs and Indians not allowed'. De grote moskee in de oude stad werd gebruikt als paardenstal. Vandaag de dag is dat slechts postkoloniale mythologie.
Ik bevond me in een troosteloze buurt met stoffige lege straten waar de aftakelende huizen elkaar somber aanstaarden. De weinige mensen op straat, allen mannen, keken me verbaasd en zwijgend na terwijl ik voorbij liep. Het was vrijdag, de islamitische dag voor gebed, en de stad leek verzonken in de diepe slaap van een op sterven liggende zieke. Toch zou hij morgen weer ontwaken, en de chaos en het pandemonium zouden losbreken als een hernieuwde aanval van koorts. Het nu verlaten slagveld op het plein voor het station, waar mijn hotelletje was, zou weer krioelen van ronkende riksja's, taxi's en met mensen volgestouwde bestelwagentjes. De hete lucht blauw van de uitlaatgassen.
In stevige pas liep ik in de richting van het centrum, vluchtend voor de onheilspellende blikken van de buurtbewoners. Na een half uur bereikte ik de Mall, de hoofdstraat van Lahore. Een lange, brede straat geflankeerd door bomen, winkels en koloniale gebouwen. Een straat met een vervlogen flair, gecorrumpeerd door de hitte en de armoede.

Ik zocht een poos naar het kantoor van Pakistan Airlines dat hier zou moeten zijn en sprak toen een politieagent aan die rondhing op de hoek van een straat. Ik liet hem mijn stadskaartje zien. Hij hield het ondersteboven, staarde enkele ogenblikken niet begrijpend naar het groen en witte patroon, en droeg de zaak toen over aan vier twintigers die bij elkaar op een bed zaten.
Het bed, een zwaar houten frame bespannen met touwen, was door een cafeetje buiten in de zon gezet om de gasten een zitplaats te bieden. De vier bleken studenten te zijn aan de Lahore University aan de Mall. Ik moest op het bed komen zitten en er werd mij meteen een coca-cola gebracht. Een trage dikkerd met een bril met dik montuur was de leider. Hij nam het kaartje over.
Ze waren echter niet erg geïnteresseerd in mijn kaartje, maar des te meer in mij.
-Which country you belong to?-
-Holland.-
-Oh. Amsterdam! Nice city, we have friends there.-
Allen tegelijk overstelpten ze me met vragen. Een kleine dikke was de grapjas.
-Are you married?- kraaide hij.
-No.-
-How do you like Pakistani girls?-
-I didn't see very many.-
-Count yourself lucky.- Iedereen knikte met instemming.
De leider legde zijn arm over de schouder van de grapjas en zei:
-My friend here is interested to go to Holland. Will you sponsor him?-
Mijn onwillige houding tegenover dit verzoek bekoelde de sfeer een beetje. Degene links achter mij achtervolgde me niet aflatend met een enkele vraag, die ik maar niet begreep.
-What is your expression of Lahore?-
Iedere keer wachtte men gespannen op het antwoord dat ik zou geven maar ik moest hen teleurstellen. Ik bracht het gesprek terug op de locatie van Pakistan Airlines, waar ik voor sluitingstijd wilde zijn.
-Is this street Tariq Road?-
De leider ontkende het pertinent en de anderen vielen hem bij. Tien meter verderop bleek echter een straatnaambord te staan, en de kleine grapjas liep een eindje de straat op om er op te kijken.

Er stond Tariq Road op. De studenten gaven glimlachend hun ongelijk toe. Met dit nieuwe gegeven zouden we nu terug kunnen naar het kaartje, maar dit was inmiddels uit het gezicht verdwenen.
-What is your expression of Lahore?-
-Well,.....I think I have to go now.- Ik nam een laatste slok uit het coca-cola flesje en zette het naast me op de grond.
-Why are you travelling alone?- vroeg de leider. -You have no friends?-
-I like travelling alone, my friends are in Holland.-
De vierde, gezeten achter de twee dikkerds, was de intelligente, de kwade genius op de achtergrond. Hij zei:
-You can count on us as your friends too.-
-Yes, of course, I know, but I really have to get to the Airlines office before closing time.-
-We will show you the way.- verzekerde hij. -Where are you staying at the moment?-
-Oh, near the railway station.-
-Why don't you stay at the YMCA? It's very cheap.- zei hij verwijtend.
-I didn't know it was there.-
Maar mijn antwoorden schenen het viertal niet erg te bevredigen.
-What is your expression of Lahore?- vroeg degene links achter me. Hij moest het weten.
-Impression.- zei de vierde.
Het raadsel was opgelost.
Ik probeerde weer een diplomatiek antwoord te geven: -Oh, you mean impression! Lahore is better than Karachi. Karachi is very crowded and noisy.-
-And Lahore is peaceful. - knikte mijn kwelgeest. Hij had nu eindelijk respons en nam geen genoegen meer met diplomatie.
-Well, not exactly peaceful but eh.........really,...-
-The Airlines office is closed,- zei de vierde, -Today is a holiday, you can go tomorrow.-
Dat hadden ze wel eens eerder mogen zeggen. Sterker nog, ik had het zelf kunnen weten. Maar als men dacht dat ik langer zou blijven praten had men het mis. Na een uitgebreid afscheid lukte het me om me te bevrijden uit de beklemmende gastvrijheid van het studentikoze gezelschap, dat mij met gemengde gevoelens nakeek.


